Een wedstrijd, een woordenboek, een YouTube-fragment — en overal eenzelfde mechanisme. Wie vaak iets hoort, gaat het voor waar aannemen. Dat geldt voor mensen. En, zo bleek deze week, ook voor de AI-chatbot die ik ernaar vroeg. Een denkoefening over taal, feiten, en waarom “iedereen zegt het” nooit een bron is.
De aanleiding: Formule 1 en woorden die er niet hoorden
Formule 1-fan was ik al jong. Ik herinner me 1977 bij m’n vriendje Erik in Harderwijk de eerste race te hebben gezien. Ik heb de dood van Ayrton Senna in 1994 live meegezien — een van die momenten die je bijblijft, ook al was je nog jong. Sindsdien kijk ik nog steeds. Maar de laatste tijd vallen me dingen op in de commentaren die er, in mijn oren, niet horen.
Neem de coureur die het meest aan de leiding ligt in een seizoen. Vroeger zei je daar gewoon: “hij ligt het meest aan de leiding”. Tegenwoordig hoor je “hij ligt het vaakst aan de leiding”. Het klinkt bijna hetzelfde, en nieuwe kijkers — die er sinds Max Verstappen bij kwamen — zullen het niet opvallen. Maar voor wie de sport langer volgt, klinkt het als een woord dat pas is bedacht om iets wat allang een naam had.
Of het begin van een race. Vroeger begon je als eerste. Nu hoor je commentator zeggen dat iemand de race “heeft aangevangen”. Wat ik ooit leerde als een germanisme — een verbastering uit het Duits (anfangen) die je in het Nederlands niet gebruikt — is ineens normale commentator-woordkeuze geworden. Niet één keer. Strakjes vaker.
Dus deed ik wat je tegenwoordig doet: ik vroeg het aan een willekeurige AI-chatbot. Of dat nu “normaal” taalgebruik was. Het antwoord, van verschillende modellen, was opvallend eenduidig: ja, dit is gewoon normale taalontwikkeling, taal verandert nu eenmaal.
En dat zette me aan het denken — niet over het woord zelf, maar over het antwoord. Over hoe iets “waar” wordt. En over het gevolg als je dat mechanisme niet meer herkent.
Terzijde over taal: het woordenboek dat de straat volgt
(Tussen haakjes: een terzijde, maar een die er toe doet.) Er is een jaar te noemen — de precieze afspraak laat ik aan je eigen naspeuring — waarop “men” begon te luisteren naar wat de straat zegt, om het vervolgens op te nemen in het woordenboek van de Nederlandse taal. Het idee klinkt modern en volks: taal hoort bij de mensen, dus het woordenboek volgt de mensen.
Maar let op het mechanisme. Het is hetzelfde als bij de commentator. Je houdt je niet aan de afspraak die er lag — de betekenis die het woord had, de regel waar de taal op gebouwd was — maar je gaat normaliseren wat de massa inmiddels gebruikt. Ook als dat ooit een verzinsel was, een slordigheid, een germanisme dat is blijven hangen. Niet omdat het klopt, maar omdat het vaak genoeg gezegd is.
Daarmee is de verandering geen feit meer, maar een gevolg van herhaling. En de cirkel sluit zichzelf: staat het eenmaal in het woordenboek, dan is het “officieel”, en vraagt niemand meer of het ooit klopte. De AI-chatbot die “ja, normaal taalgebruik” antwoordt, doet dan ook niets anders dan de nieuwe werkelijkheid herhalen — want die werkelijkheid is ondertussen het gemiddelde geworden.
Wie dit al een eeuw weet: Edward Bernays
Als je dit mechanisme voor het eerst herkent, vraag je je af hoe lang het al werkt. Het antwoord is: ruim een eeuw. De man die het als eerste systematiseerde heet Edward Bernays — neef van Freud, en de uitvinder van wat we nu public relations noemen, maar wat hij zelf eerlijk propaganda noemde tot het woord beladen raakte. Zijn inzicht in één zin: je hoeft mensen niet te dwingen — je hoeft ze alleen maar herhaaldelijk hetzelfde voor te leggen, tot het vanzelf de werkelijkheid wordt.
Bernays schreef letterlijk dat het de taak van de propagandist is “de publieke opinie te ordenen” zodat mensen uit zichzelf de keuze maken die gewenst is. Geen dwang, wel sturing. En de krachtigste sturing is niet het argument, maar de herhaling.
Wie hier zelf verder in wil duiken: de onderzoeksjournalist James Corbett van The Corbett Report heeft Bernays en de geschiedenis van PR/propaganda uitgebreid en met context behandeld. Een eigen onderzoek waard:
- 🌐 corbettreport.com — zoek naar Edward Bernays / propaganda voor zijn episodes en brondocumenten.
Een fragment dat het principe laat zien: The Trueman Show #287
Hoe misvattingen ontstaan — door misinformatie en propaganda, door mensen op een verkeerd been te zetten — Dat we afwijkende meningen kunnen hebben wordt treffend geïllustreerd in een fragment uit The Trueman Show, met Kees van der Pijl als gast. Het fragment gaat niet over taal, maar over hoe een klein gezelschap met een gemeenschappelijke agenda van een hobby een wereldwijde invloed kan maken.
Het betreft aflevering #287 — “Het plan voor 9/11 in 1984 & Mossad in Den Haag”. Ik wijs je erop als voorbeeld van het mechanisme, niet als uitspraak over de inhoud. Oordeel zelf — dat is het hele punt van deze blog.
Onderstaand fragment start bij 53:03, de vraag “wat is de invloed van de vrijmetselarij, en wie en waarom zitten erbij?”. Ook komt Rob Elens langs en hoe hij de coronacommisie exposed; tot ongeveer 55:45 wordt uiteengezet hoe “de veel te rijken van deze aarde” (met name Bill Gates wordt genoemd) van een persoonlijke hobby een wereldwijde invloed hebben gemaakt. Mocht je dit onderwerp interesseren luister dan min tot 1:05:35
Bron: youtu.be/jA3TZLxq83E.
Oordeel zelf; dit is een voorbeeld van het mechanisme, geen onderschrijving van de inhoud.
Wat ik erin herken
Of je de uiteenzetting nu deelt of niet, het principe is herkenbaar: een kleine groep met een gemeenschappelijk doel, dat doel langdurig herhalen, en daarlangs de definitie van wat “normaal” is bijsturen — totdat wat ooit een bijzondere stelling was, het uitgangspunt is geworden. Dat is precies het mechanisme van de commentator die “vaakst” introduceert, en van het woordenboek dat het vervolgens goedkeurt. Verschil in schaal, niet in soort.
De uitweiding: hoe een AI-chatbot eigenlijk net zo werkt als een mens
En nu de stap die alles verbindt. Waarom gaven die chatbots “ja, normaal taalgebruik” als antwoord? Niet omdat ze taalregels kennen — maar omdat ze precies doen wat wij ook doen.
Als we iets vaak horen, gaan we het als waar zien. Edward Bernays bouwde daar een heel vakgebied op. De NLP-technieken die daar bovenop kwamen, zeggen hetzelfde: herhaling verankert iets in je brein. Het schoolvoorbeeld uit de popcultuur: Barbara Pappa in de Barbapapa-verhalen, die alles drie keer herhaalt — zodat het blijft hangen. Onschuldig, en daardoor juist helder: herhaling is hoe iets de realiteit in wordt herhaald.
Een chatbot werkt in wezen net zo. Een taalmodel is een reusachtige samenhang van “wat het meest voorkomt”. Vraag het of “vaakst aan de leiding” normaal is, en het zoekt in zijn tekstmassa naar de frequentie — en wat vaker voorkomt als antwoord, wordt het antwoord. De chatbot neemt iets voor waar aan als het meer voorkomt dan het alternatief. Precies het mechanisme dat Bernays bij mensen beschreef, alleen nu zonder dat iemand het bewust stuurt.
Daarmee is de chatbot geen oracle, maar een spiegel. Hij reflecteert het gemiddelde van alles wat we samen hebben geschreven en gezegd — inclusief de herhalingen, inclusief de verzinsels die inmiddels “normaal” zijn. Wie een feit wil, krijgt van een model een frequentie terug. Wie de waarheid wil, moet zelf blijven controleren.
“Iedereen zegt het” was nog nooit een bron.
Bij mensen niet. Bij een woordenboek niet. En bij een AI-chatbot al helemaal niet.
Wat we nog kunnen geloven — en hoe
Het antwoord is niet “niets”. Het is: niets op gezag van herhaling alleen. Een paar gewoontes die helpen:
- Vraag waar het vandaan komt. Een woord, een bewering, een “feit” — wie zegt het, sinds wanneer, en wat was de oorspronkelijke betekenis?
- Let op de frequentie-val. Als het enige argument is “het wordt nu eenmaal zo gezegd”, dan is er geen argument — dan is er een herhaling.
- Gebruik een chatbot als spiegel, niet als bron. Het antwoord weerspiegelt het gemiddelde. Dat is nuttig — het is niet de waarheid.
- Lees de oorspronkelijke denkers zelf. Bernays, Corbett, Kees van der Pijl — luister, lees, en oordeel zelf. Herhaling overnemen is precies waar ze voor waarschuwen.
De commentator zegt “vaakst”. Het woordenboek volgt. De chatbot knikt. En ergens is er nog iemand die zich herinnert dat het ooit anders was, en dat dat geen kleinigheid was. Dat is de plek waar “wat we nog kunnen geloven” begint: niet bij wat vaak gezegd wordt, maar bij wie het verschil blijft zien.
Deze blog hoort bij een groter thema. We bouwen en beheren eigen infrastructuur — zonder afhankelijkheid van big tech, en zonder blind te vertrouwen op wat “de standaard” is geworden. Mail, hosting, betalingen, wachtwoordkluizen: in eigen hand.
Neem contact op.