Van Gemini naar Pixar — hoe we kinderboeken maken met AI
13 augustus 2026
Het begon met een interview. Connor Boyack, de maker van de Tuttle Twins, was te gast bij James Corbett in Teaching Children About Conspiracies — #SolutionsWatch. Het ging over hoe je complexe ideeën — vrijheid, economie, macht — op een manier vertelt die kinderen begrijpen én willen lezen. Geen schoolboek. Geen preek. Een verhaal.
Onlangs was Connor terug, dit keer bij Mike Rowe in The Way I Heard It #488. Het gesprek ging over hetzelfde: verhalen die kinderen uitdagen, die het gezin aan tafel brengen, die een gedeelde taal creëren. Mike Rowe noemde het “spontaneous order” — niemand plant het, maar het ontstaat als je het goede zaadje plant.
Dat bleef hangen.
De ontmoeting met Yvonne
En toen kwam ik een inspirerende dame, Yvonne tegen op substack die inspirerend verteld hoe je AI tools inzet om je workflow te optimaliseren en tijd te besparen. Wil je zelf een flipbook maken kijk dan naar haar uitleg.
Dus deed ik dat. Met Gemini, Google’s AI, maakte ik een eerste kinderboek. Drie delen over Bram en Emma, gebaseerd op de Abundomy-filosofie. Het werkte. Het kwam eruit, het zag eruit als een boek, het leest als een boek. Lees deel 1 →
En toen begon het werk.
“AI doet het even” — maar zo werkt het niet
Wat je leert: een AI die “gratis” een boek maakt op een big-tech platform, is nooit gratis. Je betaalt met de zeggenschap over je eigen verhaal — waar het staat, wie het mag zien, welke regels morgen gelden. Ik wilde een “voor meer abundomy.com” toevoegen. Dat weigerde Gemini. Niet met een foutmelding, maar zachtjes, beleefd, onmogelijk. Dat is het eerste wat je leert: een boek dat bij een platform ligt, is een boek dat het platform kan weigeren.
Dus ging ik het zelf doen. Helemaal lokaal. Geen cloud, geen account, geen externe API. Alles op eigen hardware.
De evolutie — vier boeken, vier pipelines
Wat volgde was een evolutie die je niet in één stap plant. Elk boek leerde me iets, en elk probleem verving een tool of een stap in de pipeline. De links naar alle flipboeken staan verderop bij “De flipboeken”.
Boek 1 — Bram en Emma (6-10). SDXL-illustraties in Ghibli-stijl, tekst met een AI-regisseur. Het werkte. Maar de illustraties waren inconsistent — andere kleding, andere gezichten per hoofdstuk. En de tekst had Engelse zinsstructuren die in het Nederlands stijf klonken.
Boek 2 — Mia en Sophie (6-10). Verbeterde paginering, maar nog steeds SDXL. Het flipbook was beter, maar de anatomie van de figuren was soms broken — ghost limbs, missende benen, extra vingers.
Boek 3 — Sven en Lotte: De Onzichtbare Macht (11-17). Overstap naar FLUX.1-dev voor de illustraties. Urban Graphic Novel-stijl. Nieuwe cast voor oudere lezers. De beelden waren sterker, maar zonder gezichtsconsistentie was Sven elke keer een ander persoon.
Boek 4 — Sven en Lotte: De 9/11 Terror Trade (11-17). Volledig nieuwe pipeline. En dit is waar het interessant wordt.
Elke stap kun je sturen — maar je moet weten waaróm
Wat ik leerde is dat je elke stap in de pipeline kunt sturen, maar dat je moet begrijpen waarom je iets stuurt. Anders ben je bezig met patchen, niet met verbeteren.
Vertaling. Het eerste boek vertaalde ik met een algemeen taalmodel. Dat werkt, maar het produceert anglicismen — Engelse zinsstructuren die in het Nederlands onnatuurlijk klinken. “Zijn ogen schitterend” in plaats van “terwijl zijn ogen schitterden.” Participiumconstructies. Woordvolgorde die Engels is, niet Nederlands. Anglicismen zijn net zo ongewenst als germanismen.
Dus verving ik de vertaalstap. Eerst translategemma:12b, een dedicated vertaalmodel dat EN→NL doet zonder chat-gedrag. Dat geeft een schonere basis. Daarna pas gemma4:26b-mlx met strikte stijlregels voor de polish: geen participia, verleden tijd consistent, natuurlijke zinsbouw. Twee stappen in plaats van één, en het resultaat is wezenlijk beter.
Verhaalgeneratie. Bij de eerste boeken dicteerde ik de stijl strak — “schrijf zo, gebruik deze toon, deze lengte, deze structuur.” Dat werkte, maar het voelde geprogrammeerd. Bij boek 4 koos ik voor minimale regie: de AI krijgt de personages (Sven 15, Lotte 14, Grootvader 78), het thema en de context, en bepaalt zelf scène, dialogen en tempo. Geen strakke stijldictatuur. De AI is aya-expanse:32b, en het resultaat is levendiger, minder geconstrueerd.
Kun je dit sturen? Ja — door te kiezen wat je níét stuurt. De regie is in het weglaten.
Illustraties. Dit was de grootste leercurve. SDXL gaf inconsistente figuren. FLUX.1-dev gaf mooiere beelden maar zonder gezichtsconsistentie. Bij boek 4 voegde ik PuLID toe — één referentiefoto per karakter, en PuLID dwingt dezelfde gezichtsidentiteit door alle 12 hoofdstukken heen. Plus FaceDetailer voor gezichtsdetail en ControlNet Union Pro voor pose-controle.
Maar PuLID had een probleem: als ik Sven’s referentie gebruikte, maakte het ook Opa’s gezicht jong. De oplossing was niet meer sturen, maar minder — PuLID gewicht verlagen, of helemaal uitzetten voor hoofdstukken waar Opa prominent aanwezig is. Soms is de beste regie het gereedschap dat je níét gebruikt.
De scène per hoofdstuk. Ik wilde niet dat elke illustratie dezelfde compositie heeft. Dus qwen3-vl:4b leest elk Nederlands hoofdstuk en genereert per scène: wie staat waar, wat doet Sven, wat doet Lotte, wat doet Opa, welke belichting past bij de sfeer. Dat is sturen op het niveau van de scène, niet van de stijl.
De menselijke redactie — waarom die blijft
Ondanks de twee-staps vertaling, ondanks de anti-anglicisme regels, ondanks de polish — er blijven dingen doorkomen die een mens moet corrigeren.
“Tegeninzet” in plaats van “tegen inzet.” “Na de aanval” in plaats van “na de aanslagen.” “Voerstelbare banden” in plaats van “aanwijsbare banden.” Het zijn kleine dingen, maar ze zijn het verschil tussen een boek dat klopt en een boek dat bijna klopt.
Elk hoofdstuk van boek 4 heb ik handmatig gelezen en gecorrigeerd. Niet omdat de AI het niet kon, maar omdat een AI geen gevoel heeft bij het woord “tegeninzet.” Ik wel. Dat is geen beperking van de AI — het is de grens van het gereedschap. En die grens is precies waar het menselijke werk begint.
De flipboeken
Alle vier de boeken staan online als interactief flipboek op brainfusion.nl/flipboeken. Van het eerste experiment met Gemini tot de huidige Pixar/Disney 3D-stijl met PuLID en FaceDetailer. Bekijk ze naast elkaar en je ziet de evolutie.
Het nieuwste boek — De 9/11 Terror Trade — is nog een ruwe versie. De tekst is gecorrigeerd, de illustraties zijn goedgekeurd, maar het is niet af. Het is een werk-in-progress, en dat is precies hoe het hoort.
Wat nu
We hebben contact gezocht met de auteur van het bronboek. We willen zijn goedkeuring, en we willen weten onder welke voorwaarden we zijn werk mogen gebruiken. Dat is niet een formaliteit — het is respect voor het werk dat aan de basis staat. Zonder zijn boek geen Sven, geen Lotte, geen Grootvader.
En we onderzoeken hoe we deze boeken internationaler kunnen maken. De huidige editie is bewust Nederlands — idiomatisch, niet een dunne verpakking van Engelse syntaxis. Maar de verhalen gaan over thema’s die grenzen overstijgen. Een Engelse editie, misschien andere talen, een parallel project dat in sync moet blijven met het Nederlandse origineel. Die uitdaging nemen we aan.
Steun het werk
Alles wat je hier ziet — de vertalingen, de illustraties, de flipboeken, de lokale AI-pipeline — draait op eigen hardware en wordt mogelijk gemaakt door donaties. We vragen helaas om sponsors om alle AI-projecten mogelijk te maken. De hardware, de stroom, de tijd — het kost wat het kost, en zonder steun gaat het niet verder.
Steun de fundraiser voor lokale AI bij Brainfusion →
Abonneer je
Wil je volgen hoe dit project zich ontwikkelt? Abonneer je op de Brainfusion Substack:
Patrick — Brainfusion.nl