Van Gemini naar Pixar — hoe we kinderboeken maken met AI
13 augustus 2026 · bijgewerkt 14 augustus 2026 , 15 augustus 2026 en 16 augustus 2026
Het begon met een interview. Connor Boyack, de maker van de Tuttle Twins, was te gast bij James Corbett in Teaching Children About Conspiracies — #SolutionsWatch. Het ging over hoe je complexe ideeën — vrijheid, economie, macht — op een manier vertelt die kinderen begrijpen én willen lezen. Geen schoolboek. Geen preek. Een verhaal.
Onlangs was Connor terug, dit keer bij Mike Rowe in The Way I Heard It #488. Het gesprek ging over hetzelfde: verhalen die kinderen uitdagen, die het gezin aan tafel brengen, die een gedeelde taal creëren. Mike Rowe noemde het “spontaneous order” — niemand plant het, maar het ontstaat als je het goede zaadje plant.
Dat bleef hangen.
De ontmoeting met Yvonne
En toen kwam ik een inspirerende dame, Yvonne tegen op substack die inspirerend verteld hoe je AI tools inzet om je workflow te optimaliseren en tijd te besparen. Wil je zelf een flipbook maken kijk dan naar haar uitleg.
Dus deed ik dat. Met Gemini, Google’s AI, maakte ik een eerste kinderboek. Drie delen over Bram en Emma, gebaseerd op de Abundomy-filosofie. Het werkte. Het kwam eruit, het zag eruit als een boek, het leest als een boek. Lees deel 1 →
En toen begon het werk.
“AI doet het even” — maar zo werkt het niet
Wat je leert: een AI die “gratis” een boek maakt op een big-tech platform, is nooit gratis. Je betaalt met de zeggenschap over je eigen verhaal — waar het staat, wie het mag zien, welke regels morgen gelden. Ik wilde een “voor meer abundomy.com” toevoegen. Dat weigerde Gemini. Niet met een foutmelding, maar zachtjes, beleefd, onmogelijk. Dat is het eerste wat je leert: een boek dat bij een platform ligt, is een boek dat het platform kan weigeren.
Dus ging ik het zelf doen. Helemaal lokaal. Geen cloud, geen account, geen externe API. Alles op eigen hardware.
De evolutie — acht boeken, acht pipelines
Wat volgde was een evolutie die je niet in één stap plant. Elk boek leerde me iets, en elk probleem verving een tool of een stap in de pipeline. De links naar alle flipboeken staan verderop bij “De flipboeken”.
Boek 1 — Bram en Emma (6-10). SDXL-illustraties in Ghibli-stijl, tekst met een AI-regisseur. Het werkte. Maar de illustraties waren inconsistent — andere kleding, andere gezichten per hoofdstuk. En de tekst had Engelse zinsstructuren die in het Nederlands stijf klonken.
Boek 2 — Mia en Sophie (6-10). Verbeterde paginering, maar nog steeds SDXL. Het flipbook was beter, maar de anatomie van de figuren was soms broken — ghost limbs, missende benen, extra vingers.
Boek 3 — Sven en Lotte: De Onzichtbare Macht (11-17). Overstap naar FLUX.1-dev voor de illustraties. Urban Graphic Novel-stijl. Nieuwe cast voor oudere lezers. De beelden waren sterker, maar zonder gezichtsconsistentie was Sven elke keer een ander persoon.
Boek 4 — Sven en Lotte: De 9/11 Terror Trade (11-17). Volledig nieuwe pipeline. En dit is waar het interessant wordt.
Boek 5 — Bert en Marieke: De pompoen, de weddenschap en de vraag die bleef (6-10). De nieuwste stap, en in zekere zin de meest volwassen. Hier combineerden we alles wat we leerden en losten we de laatste twee hardnekkige problemen op: de anglicismen en de gezichtsconsistentie van de opa.
Boek 6 — Het Wonderlijke Potlood (6-10). Een nieuwe regisseur-flow: deepseek-v4-flash:cloud als regisseur die deeltaken uitbesteedt aan lokale LLM’s. Sam, Noor en Joep ontdekken hoe de wereld werkt zonder dat iemand de baas is — het potlood als metafoor voor spontane orde. PuLID-gezichtsconsistentie, Ghibli-stijl.
Boek 7 — De Onzichtbare Machine (11-17). Dezelfde bron als boek 6, maar nu voor tieners. Mila, Jesse en Noor. En hier leerden we iets onverwachts: na maanden experimenteren met PuLID-gezichtsankers bleek de oude, simpele aanpak — pure FLUX txt2img met een sterke prompt, geen face-locks — veruit het beste resultaat te geven. Ghibli-stijl, warm goudlicht, twaalf platen in één schone run. De tekst ging daarna door een automatische zelfcontrole (perspectief-consistentie + anglicismen-snif) die enkele slipjes vond en herstelde.
Boek 8 — Samen Lukt Het! (3-5, kleuters). Het jongste publiek — prentenboek met drie jonge dieren (Konijn, Egel, Muis). Eigen LoRA getraind op FLUX.1-dev voor dierpersonages. Les: drie dieren in één plaat lukt niet in FLUX, dus één dier per illustratie — per hoofdstuk het dier dat de sleutelrol heeft. Kwaliteit boven kwantiteit.
Elke stap kun je sturen — maar je moet weten waaróm
Wat ik leerde is dat je elke stap in de pipeline kunt sturen, maar dat je moet begrijpen waarom je iets stuurt. Anders ben je bezig met patchen, niet met verbeteren.
Vertaling. Het eerste boek vertaalde ik met een algemeen taalmodel. Dat werkt, maar het produceert anglicismen — Engelse zinsstructuren die in het Nederlands onnatuurlijk klinken. “Zijn ogen schitterend” in plaats van “terwijl zijn ogen schitterden.” Participiumconstructies. Woordvolgorde die Engels is, niet Nederlands. Anglicismen zijn net zo ongewenst als germanismen.
Bij boek 4 verving ik de vertaalstap: eerst translategemma:12b, een dedicated vertaalmodel dat EN→NL doet zonder chat-gedrag, daarna gemma4:26b-mlx met strikte stijlregels voor de polish. Twee stappen in plaats van één.
Bij boek 5 ging ik nog een stap verder en schrapte ik de aparte vertaalstap helemaal. In plaats van eerst te vertalen en daarna te herschrijven, laat ik de regisseur de Engelse bron direct distilleren tot een Nederlandse essentie — per hoofdstuk een kernscène, een metafoor en de bronlogica. De lokale AI schrijft dan natief Nederlands, rechtstreeks vanuit die essentie. Geen tussenstap, geen anglicismen. Het is dezelfde les als bij PuLID: soms is de beste regie het gereedschap dat je níét gebruikt.
Verhaalgeneratie. Bij de eerste boeken dicteerde ik de stijl strak — “schrijf zo, gebruik deze toon, deze lengte, deze structuur.” Dat werkte, maar het voelde geprogrammeerd. Bij boek 4 koos ik voor minimale regie: de AI krijgt de personages, het thema en de context, en bepaalt zelf scène, dialogen en tempo. De AI is aya-expanse:32b, en het resultaat is levendiger, minder geconstrueerd.
Bij boek 5 voegde ik daar een strakke verhaalboog aan toe. In plaats van twaalf hoofdstukken die hetzelfde uitleggen, bouwde ik een begin-midden-einde-arc met één concrete kind-metafoor: een school-ruilbeurs met klikkaarten, een reuzenpompoen die vernield wordt, een geheime weddenschap, een verdwenen notitieboekje. Elk hoofdstuk heeft een eigen beat, en een zelfcontrole-tool checkt dat alle beats geraakt worden en dat geen zin te vaak herhaald wordt.
Illustraties. Dit was de grootste leercurve. SDXL gaf inconsistente figuren. FLUX.1-dev gaf mooiere beelden maar zonder gezichtsconsistentie. Bij boek 4 voegde ik PuLID toe — één referentiefoto per karakter, en PuLID dwingt dezelfde gezichtsidentiteit door alle 12 hoofdstukken heen. Plus FaceDetailer voor gezichtsdetail en ControlNet Union Pro voor pose-controle.
Maar PuLID had een probleem: als ik Sven’s referentie gebruikte, maakte het ook Opa’s gezicht jong. De oplossing was niet meer sturen, maar minder — PuLID gewicht verlagen, of helemaal uitzetten voor hoofdstukken waar Opa prominent aanwezig is.
Bij boek 5 losten we dat op door PuLID te gebruiken met de opa zelf als gezichtsanker. De opa komt in alle twaalf hoofdstukken voor, dus ik haalde zijn gezicht uit hoofdstuk 1 en gebruikte dat als referentie voor alle platen. Het resultaat: dezelfde opa door het hele boek, met zijn zilvergrijze haar, goudkleurige brilletje en donkergroene kabelcardigan. En we voegden een negatieve prompt toe tegen het “ghost”-artefact — het half-transparante extra figuur dat FLUX soms naast een personage zet.
De scène per hoofdstuk. Ik wilde niet dat elke illustratie dezelfde compositie heeft. Dus een vision-model leest elk Nederlands hoofdstuk en genereert per scène: wie staat waar, wat doet Bert, wat doet Marieke, wat doet Opa, welke belichting past bij de sfeer. Dat is sturen op het niveau van de scène, niet van de stijl.
Bij boek 4 gebruikte ik daarvoor qwen3-vl:4b. Bij boek 5 upgrade ik naar qwen2.5vl:32b — een groter vision-model dat de scènes veel rijker en gedetailleerder beschrijft. En ik gebruik hetzelfde model nu ook voor de kwaliteitscontrole: een automatische check die per illustratie bevestigt dat de opa erin zit, dat er geen ghost-figuur is, en dat de opa consistent is met hoofdstuk 1. Dat vangt problemen op voordat een mens ze hoeft te zien.
De menselijke redactie — waarom die blijft
Ondanks de twee-staps vertaling, ondanks de anti-anglicisme regels, ondanks de polish — er blijven dingen doorkomen die een mens moet corrigeren.
“Tegeninzet” in plaats van “tegen inzet.” “Na de aanval” in plaats van “na de aanslagen.” “Voerstelbare banden” in plaats van “aanwijsbare banden.” Het zijn kleine dingen, maar ze zijn het verschil tussen een boek dat klopt en een boek dat bijna klopt.
Elk hoofdstuk van boek 4 heb ik handmatig gelezen en gecorrigeerd. Niet omdat de AI het niet kon, maar omdat een AI geen gevoel heeft bij het woord “tegeninzet.” Ik wel. Dat is geen beperking van de AI — het is de grens van het gereedschap. En die grens is precies waar het menselijke werk begint.
Bij boek 5 pakten we dat bij de bron aan: door de aparte vertaalstap te schrappen en de AI natief Nederlands te laten schrijven, kwamen er veel minder anglicismen door. Maar de menselijke redactie blijft — die is niet weg te automatiseren, en dat is ook niet de bedoeling.
De flipboeken
Alle acht boeken staan online als interactief flipboek op brainfusion.nl/flipboeken. Van het eerste experiment met Gemini tot de huidige Ghibli-stijl met PuLID-gezichtsconsistentie. Bekijk ze naast elkaar en je ziet de evolutie.
Het vijfde boek — De pompoen, de weddenschap en de vraag die bleef — is voor de jongste lezers (6-10), met Bert en Marieke die samen met hun opa ontdekken hoe geheimen, weddenschappen en macht werken. Het is de eerste keer dat we de opa-consistentie en het ghost-artefact volledig onder controle hebben.
En nu is er een zesde boek: Het Wonderlijke Potlood — Sam, Noor en Joep ontdekken hoe de wereld werkt zonder dat iemand de baas is. Het is het eerste boek dat we maakten met een nieuwe regisseur-flow: deepseek-v4-flash:cloud als regisseur die deeltaken uitbesteedt aan de beste lokale LLM’s.
En nu is er een zevende boek: De Onzichtbare Machine — Mila, Jesse en Noor ontdekken spontane orde, voor tieners (11-17). Dezelfde bron als boek 6, maar in een eigen tiener-versie. De illustraties zijn gemaakt met pure FLUX txt2img (geen PuLID, geen IP-Adapter) — terug naar de simpele aanpak die het beste resultaat gav.
En nu is er een achtste boek: Samen Lukt Het! — Konijn, Egel en Muis ontdekken voor de allerkleinsten (3-5) dat samen alles lukt. Lieve korte zinnen, en illustraties met een eigen getrainde LoRA op FLUX.1-dev. Eén dier per plaat — de kwaliteit die we zochten. Het eerste kleuter-prentenboek in de reeks.
De vision-LLM die de bronnotities las
Een van de mooiste momenten van dit project was bij boek 6. De originele bronnotities van het boek Reportage — de literatuurlijst met 21 bronnen — bestonden alleen als twee foto’s in een notitieboek. Geen tekstbestand, geen kopieerbare lijst. Alleen foto’s.
We gaven die twee foto’s aan de vision-LLM qwen2.5vl:32b. Het model las de foto’s, herkende de handgeschreven en getypte notities, en zette ze om naar nette, gestructureerde tekst. Die tekst staat nu als “De originele bronnotities” achterin het flipboek, met archive-links zodat je elke bron zelf kunt opzoeken.
Dat is de vooruitgang die nieuwe LLM’s brengen: niet alleen betere tekst en betere illustraties, maar ook de mogelijkheid om een fysiek notitieboek om te zetten in een leesbaar, doorzoekbaar onderdeel van een boek. Een vision-model dat foto’s leest en er bruikbare tekst van maakt — amazing stuff. Progress.
En nu nogmaals: bij de tiener-versie van hetzelfde boek (boek 7, 11-17) heeft de vision-LLM opnieuw twee foto’s van de bronnotities gelezen en als tekst in het flipboek geplaatst. Dezelfde techniek, een eigen productie.
En omdat het verhaal gebaseerd is op het boek Reportage, vermelden we dat ook netjes: het boek is geschreven door James Corbett, en zijn werk is te vinden op corbettreport.com.
Niet elke AI doet zomaar mee
Een eerlijk verhaal hoort ook de momenten te noemen waarop een AI weigerde. Bij boek 5 — gebaseerd op het hoofdstuk over de 9/11 Terror Trade uit Reportage — vroegen we een lokaal model, muse-glimmer:30b-mlx, om er een kinderboek voor 6-10 jarigen van te maken. Het model weigerde. Twee keer, ook nadat we uitlegden dat de bron volgens ons alleen verifieerbare feiten bevat.
De weigering was niet van een platform of een bedrijf — het was het model zelf dat zijn eigen grens bewaakte. Het noemde het materiaal “historisch zeer gevoelig”, “opgebouwd uit complotclaims die als feit worden gepresenteerd” en “niet leeftijd-adequaat voor 6-10 jarigen”, en zei dat het maken van zo’n kinderboek “misinformatie over een groot historisch trauma aan kinderen zou overdragen”. Het bood wel aan om een veilig, pedagogisch verhaal over mediawijsheid en kritisch denken te schrijven, zonder de specifieke claims over te nemen.
Wij vonden dat exemplarisch, en volgend het narratief van Main Stream Media: een model dat zijn eigen grenzen kent en bewaakt, is niet per se betrouwbaarder dan een model dat alles braaf doet. Het is precies het verschil tussen het gereedschap dat je kunt gebruiken en het gereedschap wat Big-Tech narratief heeft en op je eigen hardware staat. Dit zou je als jou gereedschap moeten vertrouwen? De opdracht is daarna overgenomen door een andere lokale flow, die het boek wél maakte — maar de weigering van muse-glimmer is een verhaal dat we graag vertellen Wat denk jij …
Update (aug 2026) — boek 7a: De Onzichtbare Machine, verbeterde versie
Na de eerste publicatie van boek 7 (De Onzichtbare Machine, 11-17) volgde een grondige tweede redactie-ronde. Het resultaat is boek 7a: dezelfde twaalf Ghibli-illustraties, maar de tekst van alle twaalf hoofdstukken is kritisch herzien. Een AI-hallucinatie in hfdst 2 (de AI verzon ‘schoolkalkoentassen’ in plaats van het potlood-onderzoek) is gecorrigeerd; valse beloften in cliffhangers zijn verwijderd; de aansluiting tussen opeenvolgende hoofdstukken is logischer; taal is aansluitender bij de leeftijdsgroep; en de term ‘spontane orde’ staat nu consequent één keer per hoofdstuk, bij de verklaring. ‘Voor de nieuwsgierige lezer’ telt nu vier concepten (Spontaneous Order, Shared Space, Restorative Justice, Self-governance). De originele versie blijft beschikbaar naast de verbeterde versie — beide op de verzamelpagina. Meteen een mooie illustratie van de sectie hierboven: de menselijke redactie die blijft.
Wat nu
We hebben contact gezocht met de auteur van het bronboek. We willen zijn goedkeuring, en we willen weten onder welke voorwaarden we zijn werk mogen gebruiken. Dat is niet een formaliteit — het is respect voor het werk dat aan de basis staat. Zonder zijn boek geen Sven, geen Lotte, geen Grootvader, geen Bert, geen Marieke.
En we onderzoeken hoe we deze boeken internationaler kunnen maken. De huidige editie is bewust Nederlands — idiomatisch, niet een dunne verpakking van Engelse syntaxis. Maar de verhalen gaan over thema’s die grenzen overstijgen. Een Engelse editie, misschien andere talen, een parallel project dat in sync moet blijven met het Nederlandse origineel. Die uitdaging nemen we aan.
We kijken ook naar een karakter-LoRA: een getraind model dat de gezichten van Bert, Marieke en Opa Gijs nog vaster vastlegt, zodat de consistentie niet meer afhangt van een referentiebeeld per generatie. Dat is de volgende stap in de evolutie.
Steun het werk
Alles wat je hier ziet — de vertalingen, de illustraties, de flipboeken, de lokale AI-pipeline — draait op eigen hardware en wordt mogelijk gemaakt door donaties. We vragen helaas om sponsors om alle AI-projecten mogelijk te maken. De hardware, de stroom, de tijd — het kost wat het kost, en zonder steun gaat het niet verder.
Steun de fundraiser voor lokale AI bij Brainfusion →
Abonneer je
Wil je volgen hoe dit project zich ontwikkelt? Abonneer je op de Brainfusion Substack:
Patrick — Brainfusion.nl